mediafilerTwitterLinkedInRSSYouTube
  • Menu
  • Home
  • Login

Grootste korrelafmeting in beton

De keuze van de grootste korrelafmeting van het toeslagmateriaal is van belang in relatie tot de dichtheid van de wapening. Voor constructies met dichte wapening kan de constructeur via de projectspecificatie al aanwijzingen geven over de groots toelaatbare korrelafmeting.

Betoncentrale_06Een betontechnoloog kan adviseren welke betonsamenstelling het beste is. Foto: VOBN.

Hoe wordt de grootste korrelafmeting bepaald?

In NEN-EN 12620, toeslagmaterialen voor beton en NEN 5905 (de Nederlandse aanvulling) zijn de eigenschappen voor toeslagmaterialen voor beton gespecificeerd. Deze eisen hebben onder meer betrekking op de korrelopbouw. De korrelgroep wordt beschreven in termen van de ondermaat (d) en de bovenmaat (D). Bij het vaststellen van de grootste korrelafmeting kunnen de volgende richtlijnen worden aangehouden. Daarbij mag de grootste korrelafmeting van het toeslagmateriaal niet groter zijn dan:

  • de gehele vrije ruimte tussen evenwijdige spankanalen of VZA-kabels;
  • de gehele vrije ruimte tussen evenwijdige (groepen) spanelementen buiten het verankeringgebied;
  • 3/2 van de vrije ruimte tussen evenwijdige (groepen) spanelementen binnen het verankeringgebied;
  • 1/5 van de afstand tussen de bekistingwanden;
  • 2/5 van de vloer- of druklaagdikte voor in het werk gestorte vloeren;
  • 3/4 van de kleinste afstand tussen wapeningsstaven (ter plaatse van de overlappingen mag dat 2/3 zijn);
  • 1/4 van de vrije ruimte tussen de langstaven in de grond gevormde palen.

Ter voorkoming van hoge kosten en of leveringsproblemen, kan de keuze het best worden afgestemd op in de praktijk gebruikelijk gehanteerde korrelgroepen. In de (Nederlandse) praktijk zijn de volgende korrelgroepen meestal beschikbaar:

  • 4/8 mm;
  • 4/16 mm;
  • 4/32 mm.

Korrelgroepen toeslagmaterialen

Grof en fijn toeslagmateriaal wordt ingedeeld in zogenaamde korrelgroepen om een verder onderscheid dan alleen fijn of grof te kunnen maken. Korrelgroepen worden aangeduid met een ondergrens (d) en een bovengrens (D). Het zijn de zeefmaten van de kleinste en de grootste zeef. De verhouding D/d mag niet minder zijn dan 1,4. Deze korrelgroepen fungeren ook als handelsaanduidingen voor toeslagmateriaal; bij bestellen moet de korrelgroep worden vermeld. Bij de aanduiding van de korrelgroepen worden de zeven 5,6 – 11,2 – 22,4 – 31,5 gemakshalve afgerond op respectievelijk 5, 11, 22 en 32 mm.

Normen en Aanbevelingen 
Bron: Betonlexicon

NEN 8005 Nederlandse invulling van NEN-EN 206-1, Beton Deel 1; Specificatie, eigenschappen, vervaardiging en conformiteit; 

NEN-EN 13670 Het vervaardigen van betonconstructies (vervangt NEN 6722)
NEN-EN 12620, Toeslagmaterialen voor beton;
NEN 5905 Nederlandse aanvulling op NEN-EN 12620, Toeslagmaterialen voor beton.
Delen:

Contactpersoon Betonhuis

Remco Kerkhoven

Adviseur Communicatie, Technische Marketing en Statistiek

tel. 0348 48 44 07

Een vraag over beton?

Neem contact op met een bij VOBN aangesloten betonmortelfabrikant.

Landkaartje centrales

 

 

 

 

 

 

Zoek betoncentrale


 

Informatieblad

Bij het bestellen van betonmortel is het belangrijk de volgende vijf basisgegevens door te geven: Sterkteklasse, Milieuklasse(n), Consistentieklasse, korrelgroep en chlorideklasse. Hoe dat moet, leest u in het VOBN informatieblad - Betonmortel, specificaties voor bestelling.

 

Cover_infoblad-betonmortel_bestellen_11-2013

Download informatieblad


 

VOBN sluit alle aansprakelijkheid uit, die verband houden met het gebruik van informatie uit deze site. Zie disclaimer in www.vobn.nl.